Telefoon:  020 6155963

Telefoon:  020 6155963

Telefoon:  020 6155963
DISCLAIMER
Aan de informatie op www.europtie.nl kunnen geen rechten worden ontleend. We zijn niet aansprakelijk voor schade door onjuiste of onvolledige informatie vermeld op www.europtie.nl. Ook aanvaarden we geen verantwoordelijkheid over de inhoud van gelinkte websites.

Telefoon:  020 6155963

Ga naar de inhoud
DOORGAAN IN 2021
Op zoek naar hulp. En dan?

Rij Rust Tijden Zelfstandige Taxibestuurder

Een zelfstandig taxibestuurder meent dat de werking van de Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit Vervoer anders is dan dat dezelfde regels gelden voor werknemer en zelfstandigen. Tijdens een bedrijfsinspectie ILT komt deze opvatting uitvoerig ter sprake. En ondanks dat deze zelfstandige zich niet hield aan de regels die voor in elk geval werkgevers en werknemers verplicht zijn, werd door de ILT een verklaring van voldoende naleving regelgeving afgegeven.

Op 12 februari 2021 werd dezelfde zelfstandig taxibestuurder door de ILT staande gehouden op Schiphol. Vanwege een controle op de arbeidstijden. Daar ontving de zelfstandige een bevel tot staken arbeid. Op grond van artikel 8:1, eerste lid Arbeidstijdenbesluit zou artikel 2.5:1, vijfde lid, onder b Arbeidstijdenbesluit Vervoer op hem van toepassing zijn.

Het bevel staat haaks op de afgifte van voldoende naleving, op rechtspraak.nl zijn per februari 2021 geen uitspraken gepubliceerd waaruit blijkt dat de rechtsopvatting van de ILT juist is, of dat de uitleg van de taxibestuurder onjuist is.

De taxibestuurder gaat in bezwaar, het bevel werd gegeven gebaseerd op ondeugdelijke gronden. Wie de artikelen naleest zal ontdekken dat de genoemde artikelen niet regelen dat zelfstandige taxibestuurders gelijk aan werknemers te behandelen gevallen zijn.

In de uitspraak op bezwaar stelt de ILT dan vervolgens iets als stel dat u gelijk heeft, dan nog hebben wij gelijk en wel op grond en langs de weg van artikel 2.2:2 Arbeidstijdenbesluit Vervoer.

Wie die weg afgaat ontdekt dat volgens die redenatie de zelfstandige taxibestuurder zich aan strengere regels moet houden dan werkgevers en werknemers. Om bij het voorbeeld van de 72 uur aaneengesloten rust in 14 dagen te blijven, werknemers en werkgevers kunnen de rust plannen met behulp van twee blokken van elk minimaal 24 uur. Artikel 2.2:2 Arbeidstijdenbesluit Vervoer verwijst naar de Arbeidstijdenwet die regelt dat een blok minimaal 32 uur moet zijn.

Rechtbank Amsterdam laat die redenatie leven, en doet daarmee een uitspraak waarbij de zelfstandige die gelijk aan een werknemer zou zijn ongelijk behandelt zal moeten worden. De uitspraak van de Rechtbank volgt ongeacht de waarschuwing dat artikel 2.2:2 een anti-misbruikbepaling is, bestemd voor werknemers die via ondernemerschap het Arbeidstijdenbesluit Vervoer willen ontwijken, ongeacht de waarschuwing dat een gelijk geval strenger behandelen niet kan bestaan.

Reden genoeg om het middel van Hoger Beroep in te zetten bij de Raad van State. Op de dag dat het beroepsschrift werd ingediend staat de ILT bij de wedstrijd Nederland - Macedoniƫ te controleren, wat een toeval en ook deze taxibestuurder komt weer aan de beurt.

Bij deze controle blijkt dat de taxibestuurder in de afgelopen 14 dagen een blok van 70 uren rust had genoten, en een blok van 24 uur. Het laatste blok van 24 uur voldeed dus niet aan de eis van minimaal 32 uur. Maar de taxibestuurder had volgens de ILT de wetgeving ditmaal correct nageleefd.

Conclusie? De ILT negeert samen met de taxibestuurder de uitspraak van de Rechtbank. Opvolging van de uitspraak zou discriminatie opleveren, wat in strijd is met artikel 1 Grondwet.

Nu gebleken is dat beide procespartijen niet kunnen leven of werken met de uitspraak van de Rechtbank was er plots ook reden om een Verzoek Voorlopige Voorziening in te dienen bij de Raad van State. Zo kan het zijn dat een geschil dat op 12 februari 2021 ontstaan is nog voor het eind van de zomer alle proces-stadia zal hebben doorlopen. Populair gezegd er komt een kort geding. En die staat gepland voor 29 juli 2021. De Raad van State heeft al laten doorschemeren dat deze ook uitspraak kan doen in de hoofdzaak. Zolang de zorgvuldigheid prioriteit blijft is daar niets op tegen.

Mocht de Raad van State de opvatting van de zelfstandige taxibestuurder niet steunen dan gaat dit gevolgen hebben. Dan moeten we in elk geval gaan kijken welke artikelen de ILT nog meer zou kunnen handhaven, ten laste van zelfstandigen.

<
>
Afspraak maken? Uitsluitend via:
Terug naar de inhoud